Bikaner
Een schatkamer van koninklijk erfgoed en woestijncharme
Bikaner
Bikaner is een stad in de
Indiase deelstaat Rajasthan, in
het gelijknamige district
Bikaner.
Oppervlakte: 270 km²
Inwoners: 529.007
Info
Bikaner, ook de “Red City with Golden Memories" genoemd ligt in het hart van de
Tharwoestijn
Gelegen op de oude karavaanroute zijn de historische paleizen en forten van rode
zandsteen van Bikaner de getuigen van haar rijkdom en grandeur tijdens haar
glorietijd als belangrijke handelsstad op de route van Afrika en West-Azië naar het
Verre Oosten.
In de omgeving van Bikaner bevindt zich een van de meest bizarre
bezienswaardigheden: van India: de Karni Mata ofwel de rattentempel van Deshnok,
de thuis van meer dan 250.000 zwarte ratten. De deelstaat met de bijnaam
“Camel Land” is gekend voor de robuuste “Bikaneri”- kameel, een van 's werelds beste
kamelen-rassen en heeft dan ook de grootste kamelenfokkerijen en onderzoekscentra
ter wereld.
We huren een minibus met chauffeur en begeleider voor onze reis door Rajasthan. Via India Gate rijden
we Delhi uit en na 80 kilometer bereiken we Rajasthan, de grootste deelstaat van India. Rajasthan is
onderverdeeld in departementen en districten. Bij het binnenrijden van elk district is er een controlepost.
Onderweg naar Bikaner stoppen we regelmatig,
bezoeken we de dorpen en markten die we
tegenkomen en maken we kennis met het landelijk
leven. De traditionele klederdracht van de
Rajasthaanse vrouwen is bekend om haar levendige
kleuren, prachtige borduursels en flikkerende
spiegeltjes. Het openbaar vervoer in de deelstaat
is schaars, dus is het drummen om een plaats te bemachtigen op de bussen. Het is algemeen
gebruikelijk, dat wie geen plaats binnen in de bus heeft kunnen bemachtigen, de reis meemaakt
op het dak of staande op de spatborden. Bikaner is de eerste woestijnstad die we aandoen en ze
is een bekend handelscentrum gelegen op de oude karavaanroute die Centraal-Azië met noorden
van India verbindt. Rajput-Prins Rao Bika veroverde deze woestijnstad en noemde ze Bikaner.
Geen enkel leger noch vijand waren ooit opgewassen tegen de barre woestijn die de stad
omringd, zodoende kon de stad tot op de dag van vandaag haar eigen karakter behouden. In
1587 bouwde Raja Rai Singh, een generaal van de Mongul keizer Akbar, er het imposante
Junagarh fort. Het Junagarh-fort is architectonisch een prachtig bouwwerk met vele paleizen,
beïnvloed door het erfgoed en de cultuur van de diverse heersers die het fort hebben gebouwd.
Het is een mix van Rajput-stijl en Gujarati stijl gecombineerd met de stijl van de Mughals. Het
Junagarth-fort staat, in tegenstelling tot de andere forten in de regio niet boven op een heuvel
maar op een vlakte in de woestijn. De zeven toegangspoorten, achter elkaar gebouwd,
beschermden het paleis. Omdat bij de oorlogsvoering olifanten als levende stormrammen werden
ingezet, werden de zware houten poortdeuren zijn ter hoogte van de kop van een olifant
verstevigd met scherpe ijzeren pinnen. Deze maakten het voor een olifant onmogelijk of uiterst
pijnlijk om met de kop of slurf tegen de poort te duwen.Aan de Daulat-poort, de hoofdingang van
het fort, is er een opvallende en historisch beladen gedenkmuur met 41 handafdrukken van sati-
vrouwen. Het is een eerbetoon aan de "deugdzaamheid" van de vrouw en de dapperheid van haar
echtgenoot.
Sati-stenen zijn historische Indiase gedenkstenen, die werden opgericht om de praktijk van sati te herdenken, waarbij een weduwe zichzelf op de
brandstapel van haar overleden echtgenoot wierp. De meest bekende vorm van herdenking zijn de handafdrukken, die in steen of marmer zijn
uitgehouwen. Voordat de vrouw naar de brandstapel liep, dompelde ze haar handen in vloeibare henna of kurkuma en liet ze een afdruk achter op de
muur aan de poort. Deze afdrukken werden later door beeldhouwers in reliëf vereeuwigd.Via Surja Pol, de zonnepoort, komt de bezoeker bij het paleis,
de binnenhoven en de paviljoenen. Karan Mahal, de Openbare Audiëntiezaal, heeft glas-in-loodramen, bewerkte balkons en zuilen van gecanneleerd
steen en hout. De schilderijen in de Karan Mahal getuigen van de grote artistieke gaven van de kunstenaar. De juwelen zijn uiterst verfijnd
weergegeven in goudverf. In de kroningskamer bevindt zich een verstevigde nis, die als troon werd gebruikt. Phool Mahal, het Bloemenpaleis, is het
oudste deel van het paleis en werd gebouwd door koning Raja Rai Singh van Bikaner. De muren zijn versierd met bloemmotieven, spiegels, tegels en
schilderijen. Anup Mahal is een gebouw met meerdere verdiepingen dat dienst deed als administratief hoofdkwartier van het koninkrijk. Het heeft
sierlijke houten plafonds met ingelegde spiegels, Italiaanse tegels en fraaie tralievensters en balkons. Er zijn ook enkele schilderijen met bladgoud.
Chandra Mahal heeft de meest luxueuze kamer in het paleis, met vergulde godenbeelden en schilderijen ingelegd met edelstenen.
In de koninklijke slaapkamer zijn strategisch geplaatste spiegels
aangebracht, zodat de Maharadja vanuit zijn bed elke indringer in zijn
kamer kon zien. Een pankha, een grote, hangende waaier die door
bedienden heen en weer werd bewogen met een touw, is boven het bed
aan het plafond bevestigd. Samen met een woestijnbriesje zorgde het voor
een aangename koelte in de slaapkamer. Vanuit de kamer heb je een mooi
uitzicht over de binnenhoven en de 37 verschillende paviljoenen die
bijgebouwd werden door de opeenvolgende Maharadja’s. Gai Singh en
Sural Singh waren de belangrijkste bouwers.
Bij het verlaten van Bikaner staan we voor de gesloten slagbomen van de lijn Delhi-Bikaner. De trein is het meest gebruikte transportmiddel in India en het
netwerk, met een totale lengte van 67.368 km, doorsnijdt het hele land. De meer dan 13.000 locomotieven en rijtuigen met diverse klassen, van budget tot
luxe, zijn een droom voor elke treinliefhebber. Enkele kilometers buiten de stad zijn er verschillende fokkerijen waar de beroemde “Bikaneri-Camel”, een
grote en sterke dromedaris, wordt gefokt. De dieren zijn vooral bestemd voor het Bikaner Camel Corps, de kamelencavalerie-eenheid dat befaamd is voor
zijn moed en zijn acties in de woestijnen in het Midden-Oosten. Opgericht in 1889 door Maharaja Ganga Singh van Bikaner patrouilleert het nog steeds in
het woestijngebied langs de grens met Pakistan.
Even buiten Bikaner staat het Lalgadh paleis, een combinatie van oosterse
fantasie en westerse luxe dat ontworpen en gebouwd werd door Sir
Swingon Jacob Sir Samuel Swinton Jacob voor Maharadja Ganga Singh.
Een 30 km ten zuiden van Bikaner staat in Deshnok de Karni Mata-tempel.
Toen Rajput-Prins Rao Bika hier uitrustte voorspelde Karni Mata, de incarnatie
van de godin Durga, hem zijn komende overwinningen en wordt ze hier
vereerd. Voor wat de bewoners betreft, beweert de legende dat Laxman, zoon
van Karni Mata, verdronk in een nabij liggende vijver. Karni Mata smeekte
Yama, de god van de dood, hem opnieuw tot leven te wekken. Yama weigerde
maar uiteindelijk zwichtte hij op voorwaarde dat Laxman en al zijn mannelijke
kinderen zouden reïncarneren als ratten. Sinds die tijd lopen hier naar
schatting 20.000 tot 25.000 ratten vrij rond. Ze hebben hier territoriale rechten,
worden hier gevoed, beschermd en vereerd. Tussen de zwarte ratten zijn er
ook enkele witte ratten. Deze zijn manifestaties van Karni Mata en haar vier
zonen. Het zien van een witte rat is voor hindoes een zegening want ze
worden als heilig gezien.
Na dit bezoek richtten we onze interesse op het dagelijkse leven. Zwetend in de brandende zon wandelen langs de velden en kuieren we door de dorpjes. Dat Rajasthan een van de droogste deelstaten van India is, leidt geen twijfel.
Het was 5 jaar geleden dat het hier nog regende. Toch wordt er aan landbouw gedaan met een sterke focus op droogteresistente gewassen zoals gierst, mosterd en diverse oliezaden en houdt het leven hier stand. Ook de veeteelt is
hier van groot belang.